zondag 14 juni 2020

Kinderrijmpjes

undefinedDe muis en de tovenaar. Er leefde eens een tovenaar, Die man die deed wel zo verschrikkelijk raar. Met een enkele spreuk keerde hij de wereld om, En lachte zich dan helemaal krom. De merel die in de dakgoot te zingen stond, Viel plotsklaps pardoes op de grond. De eekhoorns rende vlug uit de bomen, Omdat zij het gevaar al aan zagen komen. De dirigent het orkest de mensen in de zaal Zij vielen naar het plafond, Ja echt serieus, allemaal “Zo kan het niet langer” sprak hondje Bello tegen Minoes de kat, “Jij bent toch zo slim verzin jij eens wat”. “Ja, zei Minoes wat moeten we beginnen, Want ik weet ook zo gauw niets te verzinnen. “We beleggen een vergadering dicht bij de gracht, Zodra de tovenaar slaapt, dus dat is vannacht. En zo gebeurde het, om 12 uur kraaide de haan, Die riep iedereen op om naar de vergadering te gaan. Ze kwamen van verre, verlieten nest, holletje, warme mand, huis en haard De vogels, de hond, de kat, de mensen, Ja ook de koe en het paard. Er werd geblaat en gepraat, geblaft, geouwehoerd en gefloten Maar na 2 uur waren ze nog niets opgeschoten Een klein muisje kwam naar voren en zei heel gedwee “Al ben ik maar klein, ik heb wel een goed idee” “Het blijft geheim ik kan het nu nog niet zeggen, Het heeft dus geen zin om het aan ieder uit te leggen Zo verdween het muisje, ze zag geen gevaar, Ze kroop pardoes in de zoom van de mantel van de tovenaar Toen hij sliep zocht ze het toverboek op En leerde de omkeer spreuk uit haar kop De tovenaar veranderde ze heel kalm, In een prachtige vette zalm De grote stoere kater van de tovenaar At zijn eigen baas op met huid en haar De katten zijn de muizenjacht verleerd Want muizen worden nu door ieder geĆ«erd Ze drinken melk, eten kaas en beschuit met muisjes En slapen in een warm zacht holletje achter fornuisjes. Koe Klaartje. De koeien van boer van der Meijden, Mogen vandaag voor het eerst weer naar de weide. De boer voorop, de koeien in het midden en de boerin er achteraan. Zo liepen ze met z`n allen door de lange Beukenlaan. Het was niet ver, een minuut of 10. Kijk daar kan je de wei al zien. De boer gooide met een flinke zwaai het hek open, Daar kwam de hele kudde op een draf de wei in lopen. Koe Trees, Mina, Sjaan en Maartje, Dikke vriendinnen van koe Klaartje. Ze stonden gezellig te keuvelen met elkaar. Opeens zei Klaartje: “Kijk eens in de verte, zien jullie dat daar?” “Heb ik dat nou goed in de gaten, Volgens mij heeft de boer het hek opengelaten. Wat zou het heerlijk zijn om het dorp in te gaan”. “Ben jij nou helemaal gek”, antwoorde Sjaan “Het is daar veel te gevaarlijk voor een koe. “En van al die herrie word je maar moe”. Maar Klaar was niet te vermurwen, ze moest er heen, De drang was te groot, desnoods ging ze alleen, En daar ging Klaar, nagestaard door haar vriendinnen, Met die ontembare drang van binnen. Ze liep rustig door paden, lanen en stratem Maar in het dorp kreeg een agent haar in de gaten Die holde achter haar aan Met drie van zijn maten Er liepen honden, katten, duiven en ratten op straat, wat was het probleem? Ze hield zich toch rustig? en wias maar alleen. Een mevrouw wilde een supermarkt binnengaan Dus rende Klaar maar snel achter haar aan Een klein meisje riep “dit is te mal, Ze bezorgen de melk nu met koe en al. Het werd een ravage dat zul je begrijpen En intussen zat Klaartje hem ook wel te knijpen Want met haar dikke koeiekont Gooide ze een hele stellage op de grond Daar vielen pakken hagelslag, pindakaas en snoep Je kunt wel nagaan, dat gaf me een troep De agenten waren inmiddels de winkel naar binnen gegaan En zagen daar Klaartje tussen de puinhoop staan Klaar was in paniek en niet meer te stuiten En rende zo snel ze kon naar buiten. Ze vloog door de straten en pleinen richting Lindenlaan Daar zag ze haar vriendinnen en de boer al staan De koeien, ze wilden nu van haar weten, Waar ze al die tijd had gezeten. ”Klaar kan het kloppen, Ben je in eentje in de Jumbo gaan sjoppen? Was het leuk, spannend had je plezier Of gaf het je achteraf een hoop gemier Dus vertelde Klaar een beetje ontdaan, Hoe het haar het haar buiten was vergaan. “Het was best leuk, dat geef ik wel toe Maar een volle winkel is niets voor een koe”.